Originele cadeauć«s!
RSS feed

Per e-mail

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

home Nieuwsbrieven vallen en opstaan

Column Feikje Breimer

Vallen en opstaanVallen en opstaan

Maar stel: de badmeester ziet mijn dochter niet? In zo’n lesbad is het nog behoorlijk druk en mijn dochter van zes jaar mag naar badje drie. Dat is het zonderbandjesbad. Achter dubbeldik glas mag ik kijken. Ik zie haar tot haar kruin wegzakken onder water, de badmeester duwt haar weer boven. Ze lacht.

Iedere week bedenk ik onderweg naar zwemles wat ik zal doen wanneer het mis gaat. Hoe hard zou ik op de ramen moeten slaan als ze toch onder water blijft? En zou ik met de kantinestoel het raam kapot krijgen? Of als ik hard terug ren via de kassa, de gang, de kleedruimtes, de douches en het bad. Zou ik dan op tijd zijn om haar van de bodem van het bad te vissen?

Ze staat nu op de kant met haar rug naar mij toe. Op haar rug een grote rode plek. Gevallen. Met de fiets. En ik was daarbij. Ze fietste pardoes tegen een wandelaarster aan. Ze kukelde voorover op de grond. Fietsbel kapot, tas in de berm, kind huilt dikke tranen. Een jongen met pet, piercing en tatoes repareert de fietsbel, een vrouw in traditionele Marokkaanse kleding troost mijn kind. Ik sta te trillen op mijn benen.

Toen mijn zoon ruim achttien jaar geleden werd geboren, was mijn allereerste gedachte toen de verloskundige vertelde dat het een jongetje was: ‘Als ze hem dan straks in militaire dienst maar niet doodschieten.’ Militaire dienst werd opgeheven, mijn angsten werden moeiteloos vervangen door nieuwe. Daar ben ik heel goed in, al zeg ik het zelf. Maar niets zo erg als leven onder de dreigende verwachting van rampen verzonnen door je moeder. Ik hou al jaren stijf mijn mond. Kijk extra zonnig op weg naar het zwembad, fiets met het zweet op mijn rug keer op keer van huis naar school en terug.

Dit dankzij een vriendin die door haar eveneens buitengewoon angstige moeder werd verboden zich op, aan of in rekstokken te begeven. Van schommels af te blijven en niet in de ringen te gaan hangen. De eerste en enige keer dat ze dit tóch deed viel ze er prompt voorover uit en brak haar beide voortanden af.

Na twee zwemdiploma’s en wat kleinere beschadigingen brak zoonlief zijn arm. Thuis. Op zolder. Terwijl ik thuis was. De arts in het ziekenhuis had wellicht meer medelijden met mij dan met het kind en sprak wijze woorden. ‘Mevrouw, jongetjes van tien jaar denken vaak dat ze niet kapot kunnen. Het is heel mooi dat hij nu zijn arm breekt. Nu is hij gewaarschuwd en breekt hij niet zijn nek.’ Sindsdien probeer ik alle ongelukken die niet tot verminking en dood leiden te beschouwen als een gezonde levensles. In je vinger gesneden? Fijn! Nu weet je dat messen scherp zijn. Vingers tussen de deur? Volgende keer hou je ze wel uit de buurt. Omver gelopen door de buurhond? Niet alle vriendelijke honden zijn ongevaarlijk.

Zoonlief ging steeds verder en steeds vaker en vooral steeds sneller fietsen. ‘Ik val bijna nooit’, vertelt hij trots aan wie het horen wil. Hij is wielrenner nu en rijdt rond in zo’n felgekleurd peloton. Hij is geschept, onderuit geschoven en domweg gevallen, maar fietst door. Wanneer hij stuk is, mag ik er zalfjes op smeren, coldpacks tegenaan houden en pleisters plakken. Ik lach stralend en zorg ervoor dat hij fruit eet en koolhydraten en genoeg ook. Ik leer hem zelf zijn pasta koken en hoe de wasmachine werkt. Ik troost hem wanneer hij een belangrijke wedstrijd niet wint en krijg alle bossen bloemen wanneer hij wel wint. Soms staan er zoveel bloemen in de kamer dat het lijkt of er een begrafenis is geweest, maar dat zeg ik niet hardop. Nooit.

Nu gaat hij weg. Een opleidingsploeg in Zuid-Frankrijk. Geen dubbeldik glas tussen mij en mijn kind maar een heel land. Hopelijk is hij vaak genoeg gevallen.

Feikje Breimer
www.fastfoot.nl
www.fastfoot.web-log.nl

 

 

De butsen van het leven vormen je `zelf`
Stoppen met de automatische piloot
Kan Madonna echt niet meer?
Laat alle hoop varen
De zeven principes van goed opbergen
Lekkere mannen ruiken niet vies