Originele cadeauć«s!
RSS feed

Per e-mail

Schrijf je in voor de nieuwsbrief

home Nieuwsbrieven schuld en boeken

Column Feikje Breimer

Schuld en boeken

Als winkelier had mijn vader dagelijks een ruime toevoer van kartonnen dozen. Wie er maar om vroeg kreeg ze mee. Behalve de achterbuurvrouw. Die stak ze namelijk in brand en ging er dan zelf in staan. Om te oefenen, voor de hel waar ze vanzelfsprekend in terecht zou komen. Daar was geen redden meer aan was haar overtuiging.

Mijn eerste diefstal vond plaats in de kerk, dat was mijn redding. God kreeg wekelijks zakgeld. Net als ik op de dag ervoor. Op zondag zat de kerk vol mensen die elkaar zwarte zakken doorgaven. Daarin stopten zij geld. Zo’n zak was van zwart fluweel en zag er heel duur uit. Wat God deed met het geld was mij niet helemaal duidelijk. Van mijn vader kreeg ik iedere zondag een gulden die ik trouw liet vallen in de zwarte zak. Telkens wanneer die zak voorbij kwam probeerde ik daar in te kijken. Hoeveel geld zat er in? Soms een glimp van papiergeld, God was rijk.

Het dubbeltje dat ik op zaterdag gekregen had was dan al verdwenen in de handen van de gezusters Knijf. In een klein winkeltje verkochten zij snoep en kinderspeelgoed. Op een dag stond er een rij boeken op de tafel in de hoek. Kleurige boeken met plaatjes van blije kinderen die voortdurend op schoolreisje gingen en naar het zwembad. Boeken die ik lezen kon. Eén zo’n boekje koste één gulden. Een godsvermogen. Hoewel ik veel beter lezen kon dan rekenen was het mij na wat rekenwerk wel duidelijk dat ik tien weken lang mijn snoepdubbeltje zou moeten bewaren om in het bezit te komen van zo’n prachtig boek. Geen toverbal, geen dropveter, geen zoethout, weken achter een. Vrijwel dagelijks ging ik kijken in het winkeltje van de dames Knijf. Beide in het zwart gekleed en mager, de één wat streng de ander met en zachte blik. Geen van beide mopperde ooit ondanks mijn talrijke bezoeken zonder een cent uit te geven. En iedere zondag liet ik trouw mijn gulden vallen in de rammelende zak van fluweel. Twee mannen in pak verzamelden de zakken en brachten ze naar een klein kamertje achter in de kerk wanneer wij de kerk verlieten.

Op een dag liepen wij achter aan in de stoet en ik raakte nog verder achterop doordat ik zag dat één van de mannen in pak struikelde en viel. Een van de fluwelen zakken viel op de grond, dubbeltjes, kwartjes en guldens rolden alle kanten op. Eén gulden rolde tot recht voor mijn voeten. Ik bukte, pakte het geld en hield het vastgeklemd in mijn hand vast tot we thuis waren.

Het was een stralend mooie dag met een strak blauwe lucht. Er daalde geen enkele bliksem neer om mij te straffen. Er verscheen geen boze engel. Geen vloedgolf, geen sprinkhanen, geen straf. Op maandagmiddag kocht ik mijn eerste boek.

Feikje Breimer

www.fastfoot.nl
www.fastfoot.web-log.nl

 

 

 

Je hebt al zoveel
Eenvoudig op weg naar geluk
Weg met de zeurterreur
Meer in het varkentje
Hoeveel kost een hond?
Allemaal lege roeiboten